ECLI:NL:GHAMS:2018:1319
Gerechtshof Amsterdam · 17-04-2018 · zaaknummer 200.212.393/01
Inhoudsindicatie
Artikel 1:204 lid 3 aanhef en onder a BW. Vervangende toestemming tot erkenning. Het belang van de man bij vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige behoort in het onderhavige geval te prevaleren boven het belang van de moeder bij het achterwege blijven daarvan. Nu niet is gebleken dat er ten gevolge van de erkenning reële risico’s zijn dat de minderjarige wordt belemmerd in een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling, acht het hof het met de raad en de bijzondere curator in het belang van de minderjarige dat voor haar duidelijk wordt wie haar biologische vader is en dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de biologische.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A. Scholtens-Vogelaar
- J.H. Rodenburg
- W.I. Feenstra
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
