ECLI:NL:GHAMS:2018:1112
Gerechtshof Amsterdam · 03-04-2018 · zaaknummer 200.220.048/01
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet wegens wegnemen (en te eigen bate verkopen) van koperen platen van werkgever na werktijd. Werkgever vordert verklaring voor recht en schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad. Zijn dit vorderingen zoals bedoeld in art. 7:686a lid 3 BW, die in het geding naar aanleiding van het ontslag kunnen worden ingesteld? Het hof antwoordt bevestigend. Het ontslag op staande voet wortelt in dezelfde feiten als het verweten onrechtmatig handelen en de vordering tot schadevergoeding. De daarop gestoelde vorderingen van de werkgever veronderstellen bovendien de juistheid van de ontslaggrond. Eveneens voldoende belang werkgever bij verklaring voor recht dat ontslag terecht is gegeven.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
