ECLI:NL:GHAMS:2017:482
Gerechtshof Amsterdam · 21-02-2017 · zaaknummer 200.195.491/01 NOT
Inhoudsindicatie
Het verwijt dat het BFT de kandidaat-notaris maakt, betreft de ambtshalve bedenking van de plaatsvervangend voorzitter, die ziet op schending van de in artikel 98 lid 1 (oud) Wna (thans artikel 93 lid 1 Wna) neergelegde norm door te handelen als geconstateerd in het rapport van het BFT. Die bevindingen komen erop neer dat de kandidaat-notaris bij het begeleiden van onroerend goed transacties is tekortgeschoten in zijn onderzoeks- en waarschuwingsplicht en dat de kandidaat-notaris in dat kader zijn verplichting tot dossiervorming onvoldoende heeft nageleefd. De kamer heeft de ambtshalve bedenking van de plaatsvervangend voorzitter ongegrond verklaard. Het hof is met de kamer van oordeel dat geen sprake is van een gegronde bedenking dat tuchtrechtelijke normen zijn overschreden en bevestigt de bestreden beslissing.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
