ECLI:NL:GHAMS:2017:4426
Gerechtshof Amsterdam · 31-10-2017 · zaaknummer 200.200.8
Inhoudsindicatie
1. IPR. Verweer van onbevoegdheid van de Nederlandse rechter is niet vóór alle verweren ten gronde gevoerd en faalt daarom. Art. 11 Rv. 2. Anders dan de eerste rechter oordeelde, mocht de appellant, een advocaat, erop vertrouwen dat hij een opdracht van de geïntimeerde, een Turkse onderneming, had. Hof stelt alsnog een redelijke vergoeding vast.
Rechters
Advocaten
- G.J.E. Schoofs
- M.S. Kat
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
