ECLI:NL:GHAMS:2017:4425
Gerechtshof Amsterdam · 31-10-2017 · zaaknummer 200.199.989/01
Inhoudsindicatie
Beroepsaansprakelijkheidszaak. Voor toewijzing van een vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat - voor wat het element schade betreft - is voldoende dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is (HR 20 oktober 1995, NJ 1996/235 en HR 27 maart 2015, NJ 2016/77). In de onderhavige zaak moet worden beoordeeld hoe het hof had behoren te beslissen als wel tijdig grieven zouden zijn ingediend, althans moet het in die zaak toewijsbare bedrag worden geschat aan de hand van de goede en kwade kansen die appellante in hoger beroep zou hebben gehad, als wel van grieven was gediend (zie HR 24 oktober 1997, NJ 1998/257). Appellante heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld aan de hand waarvan het hof kan beoordelen hoe de procedure in hoger beroep zou zijn verlopen als wel van grieven was gediend. Evenmin kan het hof, omdat appellante niet duidelijk maakt welke grieven en (nieuwe) stellingen zij zou hebben aangevoerd, bij wijze van schatting bepalen op welk bedrag appellante Trimaster aanspraak had kunnen maken als de beroepsfout niet was gemaakt.
Advocaten
- C.A. de Josselin de Jong
- O. Hammerstein
- P.J. de Jong Schouwenburg
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
