Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2017:4204

Gerechtshof Amsterdam · 18-04-2017 · zaaknummer 23-003068-16

StrafrechtGepubliceerd 17-10-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belediging politieagent. Rechtmatigheid aanhouding. Bewijsverweer met betrekking tot opzet en aantasting in de eer of goede naam Het hof stelt vast dat de verdachte hardop en publiekelijk uitlatingen heeft gedaan die in het algemene dagelijkse spraakgebruik een beledigend karakter hebben. In het gebruik van dergelijke woorden ligt de strekking en daarmee het opzet om te beledigen besloten. Dat het uiten van de bewoordingen een uiting van frustratie en boosheid zou zijn geweest, doet hier niet aan af. Deze uitlatingen hebben voorts onmiskenbaar de strekking de ander aan te randen in zijn eer en goede naam en zijn bovendien in het openbaar en waarneembaar voor aanwezige derden geuit, jegens een verbalisant die bezig was met de ordehandhaving. Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 maart 2017 blijkt dat hij in het verleden veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Na 2009 is de verdachte niet meer voor vermogensdelicten veroordeeld. In 2012 is de verdachte veroordeeld ter zake van belediging van een politieambtenaar en nadien nog een keer voor een andersoortig feit. Ter zitting heeft de verdachte gesteld dat hij zijn leven al jaren geleden een wending ten goede tracht te geven, dat de politie hem constant controleert, hem publiekelijk voor zakkenroller uitmaakt en dat dat hem zeer aangrijpt. Uit de door de raadsvrouw overgelegde stukken blijkt dat de verdachte eerder zijn baan is kwijtgeraakt naar aanleiding van een onterechte aantijging van een politieagent. Nadat deze aantijging onterecht bleek te zijn, was het niet mogelijk om de verdachte opnieuw een aanstelling te geven. Ook blijkt uit de stukken dat een door de verdachte ingediende klacht over een politieoptreden door de korpsbeheerder op 22 februari 2011 gegrond is verklaard. De klacht zag op een incident waarbij politieagenten tegen kennissen van de verdachte hadden gezegd dat de verdachte een bekende zakkenroller was, terwijl de verdachte al meerdere jaren niet meer bij de politie in beeld was geweest. Uit de stukken en uit hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, blijkt tevens dat de verdachte na een periode van begeleid wonen een zelfstandige woning heeft verkregen. Ook heeft hij met behulp van schuldhulpverlening al zijn schulden afgelost en is hij werkzaam in een bejaardentehuis. Hoewel de voorgeschiedenis tussen de verdachte en de politie hem zeker niet het recht geeft om aan verbalisanten beledigende woorden toe te voegen, ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte reden om te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.