ECLI:NL:GHAMS:2017:1632
Gerechtshof Amsterdam · 25-04-2017 · zaaknummer 200.183.349/01
Inhoudsindicatie
Huur grond in combinatie met economische eigendom van gebouw. Opzegging huur, gevolgd door vordering ontruiming. Beroep op verkrijgende verjaring opstalrecht faalt, want geen bezitshandelingen gebleken. Aan de vereisten voor het bestaan van een kwalitatief recht of kwalitatieve verplichting is niet voldaan, wat daarvan overigens ook zij. De huur is met goede grond opgezegd vanwege de aan huurder te wijten verstoorde verhouding tussen partijen. Het boetebeding is niet kennelijk onredelijk en het boetebedrag is door de eerste rechter voldoende gematigd. Nu de toekomstplannen van de gemeente vertraging hebben opgelopen en toewijzing van de vordering tot ontruiming thans slechts tot leegstand en verloedering zal leiden, wordt die vordering op dit moment afgewezen, wat echter niet afdoet aan de onrechtmatigheid van het voortgezette gebruik en de verschuldigdheid van de gebruiksvergoeding op die grond. Geen aanspraak op vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking. Wetsartikelen: 3:13 BW, 3:99 BW, 3:108 en 111 BW, 5:101 BW, 6:91- 94 BW, 6:212 BW, 6:233 BW, 6:248 BW, 6:251 en 252 BW Zie ECLI:NL:GHAMS:2016/2697.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
