ECLI:NL:GHAMS:2016:94
Gerechtshof Amsterdam · 19-01-2016 · zaaknummer 200.132.016/01
Inhoudsindicatie
Internationale rechtsmacht. Oorspronkelijke gedaagde had ten tijde van de inleidende dagvaarding een filiaal of vestiging in Nederland. Het geschil betreft een overeenkomst of onrechtmatige daad die bij de exploitatie daarvan in Nederland is aangegaan/gepleegd. Anders dan de eerst rechter oordeelde, was hij dus ingevolge art. 5 onder 5 EEX-verordening (oud) bevoegd tot kennisneming van de zaak.
Advocaten
- A. van Hees
- R. Glas
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
