ECLI:NL:GHAMS:2016:768
Gerechtshof Amsterdam · 01-03-2016 · zaaknummer 200.180.671/01
Inhoudsindicatie
Kort geding. Huur woonruimte. Vordering tot ontruiming toegewezen, appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf in het gehuurde behouden heeft. Contractuele boete verschuldigd? Hoewel het hof aannemelijk acht dat appellant in strijd heeft gehandeld met artikel 10 lid 10 algemene voorwaarden en de boete dus in beginsel moet worden geacht verbeurd te zijn tot het gevorderde bedrag, dient het beding in de algemene voorwaarden waarop geïntimeerde zich beroept door de appelrechter ambtshalve te worden onderzocht op oneerlijkheid in de zin van de richtlijn 93/13/ EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De vraag naar de verschuldigdheid van de boete valt binnen de rechtsstrijd van partijen (zie HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:340). Eigen Haard heeft zich over die oneerlijkheid in eerste aanleg niet uitgelaten en zij is in hoger beroep niet verschenen. Daardoor is het thans niet mogelijk om beide partijen zich daarover te laten uitlaten, hetgeen een wezenlijke beperking in het onderzoek meebrengt. Dat leidt ertoe dat voor toewijzing van deze vordering in dit kort geding geen plaats is.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
