ECLI:NL:GHAMS:2016:4201
Gerechtshof Amsterdam · 18-10-2016 · zaaknummer 200.199.726/01
Inhoudsindicatie
Appellanten zijn kennelijk niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen (een) wrakingsbeslissing(en) van de rechtbank. Het (herhaalde) verzoek tot wraking is gedaan in een civiele verzoekschriftprocedure. Dit brengt mee dat het (herhaalde) wrakingsverzoek moet worden aangemerkt als een incidenteel verzoek in die hoofdzaak en dat de beslissing(en) op dat (herhaalde) verzoek - waarin geen einde wordt gemaakt aan het geschil ter zake van enig deel van het verzochte - een tussenbeslissing is in de zin van artikel 358 lid 4 Rv (vlg. Hof Amsterdam 16 mei 2011, LJN:BQ8712, NJF 2011, 301 en Hof Amsterdam 6 augustus 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2583). Dit laatste leidt ertoe dat het hoger beroep van de wrakingsbeslissing(en) slechts tegelijk met dat van de eindbeslissing in de hoofdzaak kan worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
