ECLI:NL:GHAMS:2016:3400
Gerechtshof Amsterdam · 19-08-2016 · zaaknummer 23-002787-15
Inhoudsindicatie
Bewijsminimum bij inbraken. Bij inbraak A wordt DNA aangetroffen op een uit één van de betreden kantoorruimtes afkomstig blikje frisdrank. Na inbraak B wordt binnen op de vloer bloed aangetroffen. In beide zaken matcht het DNA met dat van de verdachte. De verdachte ontkent in beide gevallen ter plaatse te zijn geweest; hij kan zich dat althans niet herinneren. Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario in zaak A – ook anderen dan de dieven kunnen na de inbraak in het pand zijn geweest – kan niet worden uitgesloten, maar het enkele feit dat een bepaald scenario niet kan worden uitgesloten, betekent nog niet dat het daarmee ook aannemelijk is geworden. Het hof verklaart beide diefstallen met braak bewezen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
