ECLI:NL:GHAMS:2016:3286
Gerechtshof Amsterdam · 16-08-2016 · zaaknummer 200.184.721/01
Inhoudsindicatie
Journaliste van omroepvereniging voert gesprekken met vluchtelingen in noodopvang voor asielzoekers, zonder mede te delen dat ze journalist is. De omroepvereniging zendt fragmenten uit van de opnames die van de gesprekken zijn gemaakt. Een van de vluchtelingen stelt vorderingen in en stelt dat de omroepvereniging onrechtmatig heeft gehandeld doordat de journaliste bij de gesprekken haar hoedanigheid heeft verzwegen en fragmenten van de opnames vervolgens heeft uitgezonden. Volgens het hof bestond voor het verzwijgen van de hoedanigheid in het onderhavige geval een voldoende zwaarwegende rechtvaardiging, zodat de journaliste desondanks te goeder trouw heeft gehandeld. Het gegeven dat de opnames waren gemaakt zonder dat de vluchteling wist dat hij met een journalist sprak, diende de omroepvereniging echter wel mee te wegen bij haar beslissing om de fragmenten wel of niet uit te zenden en – zo ja – de wijze waarop. Het hof oordeelt de uitgezonden fragmenten deels onrechtmatig.
Advocaten
- C. Samkalden
- C. Wildeman
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
