ECLI:NL:GHAMS:2016:2384
Gerechtshof Amsterdam · 21-06-2016 · zaaknummer 200.163.395/01
Inhoudsindicatie
De rechten en plichten uit de ten name van de VOF gesloten overeenkomst rusten op die eenheid, die bestaat uit de vennoten gezamenlijk en die wordt aangeduid als VOF. Er is dan ook in beginsel sprake van een tweepartijen-overeenkomst, waarbij aan de vennoten als collectief de rechten en plichten van het partij-zijn toekomen. Alleen als wordt afgesproken dat de vennoten in privé partij zijn, dus niet in hun hoedanigheid van vennoot, dan blijft een vennoot na zijn uittreden in beginsel partij. Zulks is niet gesteld of gebleken. Nu ook niet is gesteld of gebleken dat de VOF inmiddels is ontbonden en vereffend, moet het ervoor gehouden moet worden dat zij ook thans nog de vorderingsgerechtigde partij is. Ook heeft er geen geldige overdracht van de vordering aan appellanten plaatsgevonden. Vordering wordt afgewezen. Zie ECLI:NL:GHAMS:2015:842.
Advocaten
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
