ECLI:NL:GHAMS:2016:2021
Gerechtshof Amsterdam · 31-05-2016 · zaaknummer 200.181.066/01 NOT
Inhoudsindicatie
Klacht tegen notarissen. Klager verwijt notaris sub 1 (a) dat zij zonder opdracht de afwikkeling van de nalatenschap van de vader op zich heeft genomen en dat zij (b) op enig moment om onduidelijke redenen haar werkzaamheden als boedelnotaris heeft gestaakt. Verder verwijt klager de notarissen (c) dat zij de toezegging die notaris sub 2 heeft gedaan om schade te vergoeden niet nakomen. De kamer heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in de eerste twee klachtonderdelen wegens ontbreken van redelijk belang. Ten aanzien van klachtonderdeel c overweegt het hof dat, nu klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn schade is ontstaan ten gevolge van het vestigen van het derde hypotheekrecht ten behoeve van de bank, het de notarissen niet valt te verwijten dat zij niet tot vergoeding van door klager geleden schade zijn overgegaan. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
