ECLI:NL:GHAMS:2016:1454
Gerechtshof Amsterdam · 14-04-2016 · zaaknummer 23-005076-13
Inhoudsindicatie
Verwerping verweer niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie, tijdsverloop en de enkele omstandigheid dat de herinnering van een getuige door de vertraging in de behandeling dusdanig is verbleekt dat de feiten niet meer juist zijn vast te stellen, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Vrijspraak voorbereidingshandelingen artikel 10, derde, vierde en vijfde lid OW. Niet gezegd kan worden dat ten tijde van het ten laste gelegde het een feit van algemene bekendheid was dat fenacetine gebruikt wordt als versnijdingsmiddel voor verdovende middelen, terwijl er toentertijd voorts een reële andere toepassingsmogelijkheid bestond. Derhalve is niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat de verdachte de wetenschap had dan wel dat hij ernstige redenen had om te vermoeden dat de door hem en zijn medeverdachten aangekochte fenacetine zou worden gebruikt voor het bewerken van verdovende middelen
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
