ECLI:NL:GHAMS:2015:989
Gerechtshof Amsterdam · 17-03-2015 · zaaknummer 200.148.729-01
Inhoudsindicatie
verdeling eenvoudige gemeenschap, afwikkeling huwelijkse voorwaarden, inkomensbegrip, (ontzenuwing) bewijsvermoeden art. 1:141 lid 3 BW, waardering ondernemingen Naar het oordeel van het hof is de man niet geslaagd in het door hem te leveren tegenbewijs. Daartoe acht het hof van belang dat de man de ondernemingen tijdens het huwelijk is gestart en dat hij ten tijde van de oprichting niet beschikte over vermogen. Verder is rechtens komen vast te staan dat het voor verrekening vatbare inkomen mede winst uit onderneming omvat. Dat betekent dat het opgebouwde vermogen in beginsel in de verrekening moet worden betrokken. De uiteenzetting van de man over de wijze waarop hij gelden heeft verworven om in zijn ondernemingen, althans in de bedrijfsmiddelen die dienstig waren aan die ondernemingen, te investeren biedt geen aanknopingspunt om daarover anders te denken. Dit leidt ertoe dat de waarde van de ondernemingen op de peildatum voor verrekening in aanmerking komt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
