ECLI:NL:GHAMS:2015:5119
Gerechtshof Amsterdam · 24-11-2015 · zaaknummer 14/00065 en 14/00066
Inhoudsindicatie
Aanvullend invoerrecht. Uit artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1484/95 volgt naar 's Hofs oordeel dat, wanneer de goederen zijn afgezet op de EU-markt tegen prijzen die onder de vastgestelde representatieve prijzen liggen, aanvullende invoerrechten verschuldigd zijn. Ook in het geval geen zekerheid is gesteld kunnen deze rechten op grond van artikel 220, lid 1, CDW nagevorderd worden. Uit de wetssystematische interpretatie van de regelgeving en uit doel en strekking van het EU-landbouwbeleid volgt dat de inspecteur de aanvullende rechten op de juiste wijze heeft berekend. Omdat geen sprake is van een vergissing van de douaneautoriteiten in de zin van artikel 220, lid 2, sub b, CDW is de inspecteur niet gehouden af te zien van navordering.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
