ECLI:NL:GHAMS:2015:3985
Gerechtshof Amsterdam · 22-09-2015 · zaaknummer 14 01021
Inhoudsindicatie
Verwijzing. Door het goed niet binnen de vervoerstermijn aan te brengen bij het kantoor van bestemming heeft belanghebbende niet voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het gebruik van de regeling extern douanevervoer. Hierdoor ontstaat een douaneschuld op de voet van artikel 204 van het CDW, tenzij het verzuim zonder werkelijke gevolgen is gebleken voor de juiste werking van de regeling extern douanevervoer. Verzuimen zonder werkelijke gevolgen worden limitatief opgesomd in artikel 859 van de UCDW. Nu belanghebbende voor de overschrijding van de vervoerstermijn geen enkele verklaring heeft gegeven, heeft zij niet voldaan aan de op haar rustende bewijslast dat de voorwaarden van artikel 859 van de UCDW zijn vervuld. Belanghebbende kan daarom geen aanspraak maken op terugbetaling van de geheven douanerechten op de voet van artikel 236 van het CDW en evenmin op terugbetaling van de ter zake van invoer geheven omzetbelasting op de voet van artikel 110a Douaneregeling. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
