ECLI:NL:GHAMS:2015:3511
Gerechtshof Amsterdam · 23-06-2015 · zaaknummer 14/00325 en 14/00326
Inhoudsindicatie
Belanghebbende exploiteert een digitaal handelsplatform: een zogenoemd multilateral trading facility (MTF) voor aandelen en opties ten behoeve van zowel particuliere beleggers als professionele handelaren. In dat kader heeft belanghebbende een zogenoemde marketplace for hire (M4H) afgenomen van een onderdeel van de grootste beursonderneming van de wereld (Y) inclusief een zogenoemde full exchange service. Die service omvat de volgende diensten: de licentie voor het gebruik van de benodigde hard- en software; de configuratie en implementatie van M4H naar de wensen en voorwaarden van belanghebbende; het feitelijk opereren en beheer van het handelsplatform. In hoger beroep is in geschil of de (verlegde) diensten die belanghebbende van Y afneemt zijn vrijgesteld op de voet van artikel 11, eerste lid, onderdeel i, ten tweede, Wet OB (handelingen inzake effecten en andere waardepapieren) of subsidiair op de voet van artikel 11, eerste lid, onderdeel i, ten tweede, van de Wet OB (bemiddeling bij handelingen inzake effecten en andere waardepapieren). Het Hof oordeelt dat het hier om een combinatie van prestaties gaat, namelijk de terbeschikkingstelling van de M4H enerzijds en het operationaliseren van de M4H anderzijds. Deze elementen zijn zodanig nauw verbonden dat zij als één enkele economische prestatie moeten worden aangemerkt. Deze prestatie beperkt zich, aldus het Hof, tot het verrichten van uitvoerende c.q. technische dienstverlening. Dergelijke diensten kunnen niet delen in de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel i, onder 2°, van de Wet OB. Echter, ook als de visie van belanghebbende zou zijn gevolgd, waarin de operationalisering van de M4H, ofwel de (vrijgestelde) matching van vraag en aanbod aan Y zou worden toegerekend, zou het Hof niet tot een ander oordeel zijn gekomen nu de prestatie van Y bestaat uit twee delen die, zo zij afzonderlijk worden beschouwd, op hetzelfde niveau moeten worden geplaatst zodat ook in dat geval aan een beroep op de vrijstelling, die eng moet worden uitgelegd, niet meer wordt toegekomen. Ook kunnen de handelingen van de beursonderneming niet worden aangemerkt als bemiddelingsactiviteiten bij verkoop van effecten (aandelen/derivaten).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
