ECLI:NL:GHAMS:2014:4095
Gerechtshof Amsterdam · 07-10-2014 · zaaknummer 200.148.816-01
Inhoudsindicatie
Het verwijt van klagers dat het voorkeursrecht van koop niet behoorlijk en conform de wens van erflaatster is vastgelegd, heeft betrekking op het moment van passeren van het testament door de notaris. De kandidaat-notaris, die de akte heeft geconcipieerd, heeft verklaard dat erflaatster in de gesprekken die zij met haar heeft gevoerd, een dergelijk voorkeursrecht nooit eerder ter sprake heeft gebracht. Er is geen reden om aan te nemen dat dit anders is geweest. De kandidaat-notaris kan op dit punt geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Niet verwijtbaar is dat de notaris ervoor heeft gekozen het briefje met het voorkeursrecht in ontvangst te nemen en de passersessie doorgang te laten vinden. Wel had het op de weg van de notaris gelegen om in zijn dossier vast te leggen wat de bedoeling van erflaatster was met het briefje, teneinde onduidelijkheid daarover na het overlijden van erflaatster zoveel mogelijk te voorkomen. Het punt van onvolledige dossiervorming valt onder de reikwijdte van het klachtonderdeel dat ziet op onbehoorlijke vastlegging van het voorkeursrecht van koop. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
