ECLI:NL:GHAMS:2014:2595
Gerechtshof Amsterdam · 27-03-2014 · zaaknummer 13/00025, 13/00026
Inhoudsindicatie
Belanghebbende en haar ex-echtgenoot dienen voor de wet IB in 2008 en 2009 aangemerkt te worden als partners. De aangiften IB/PVV 2008 en 2009 van de ex-echtgenoot van belanghebbende zijn geen op de zaak betrekking hebbende stukken, nu zij niet van enig belang zijn voor de vraag of belanghebbende recht heeft op uitbetaling van de algemene heffingskorting. Om te beoordelen of belanghebbende in aanmerking komt voor de algemene heffingskorting is ex art. 8.9 IB enkel relevant wat het bedrag is van de door de ex-echtgenoot verschuldigde gecombineerde inkomensheffing verminder met de gecombineerde heffingskorting. Het onderhavige rechtsgeding valt niet onder de reikwijdte van art. 6 EVRM nu er geen boetes aan de orde zijn. Het betoog van belanghebbende dat de onderhavige aanslagen niet (onder verrekening van de voorlopige teruggaven) aan haar mochten worden opgelegd dan wel dat zij niet gehouden kan worden tot terugbetaling van uitbetaalde algemene heffingskorting faalt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
