ECLI:NL:GHAMS:2014:1562
Gerechtshof Amsterdam · 29-04-2014 · zaaknummer 200.125.089-01
Inhoudsindicatie
Kennelijk onredelijk ontslag? Werkneemster is ontslagen, nadat het UWV op de derde aanvraag van de werkgever een ontslagvergunning had verleend (de aanvragen waren in februari, juni en december van hetzelfde jaar gedaan). Werkneemster beroept zich in eerste aanleg zowel op artikel 7:681 lid 2 onder a (voorgewende of valse reden) als op artikel 7:681 lid 2 onder b (gevolgencriterium). Kantonrechter wijst de vorderingen af. In hoger beroep speelt nog slechts beroep op voorgewende of valse reden. Volgens werkneemster zijn haar werkzaamheden niet weggevallen en worden die nu door jongere, goedkopere werknemers verricht. Het hof gelast een inlichtingencomparitie.
Advocaten
- L.P.J.M. van Woensel
- M.A.B. Sassen
- M.A.Goslings
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
