ECLI:NL:GHAMS:2013:4844
Gerechtshof Amsterdam · 23-12-2013 · zaaknummer 23-004286-10
Inhoudsindicatie
Ten laste gelegd is het bezit van een vals of vervalste reisdocument. Beroep op artikel 31 Vluchtelingenverdrag gehonoreerd, nu het hof niet onverwijld en zonder nader onderzoek kan vaststellen dat de stelling van de verdachte dat hij een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag evident ongegrond is. Dat de eerste asielaanvraag van de verdachte onherroepelijk is afgewezen doet daar in de omstandigheden van dit geval niet aan af, omdat deze eerste asielaanvraag aan het inhoudelijk oordeel van de bestuursrechter was onttrokken. De verdachte is niet ontvangen in zijn beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag omdat hij inmiddels ongewenst was verklaard. Die ongewenstverklaring blijkt echter louter gebaseerd te zijn geweest op de strafrechtelijke veroordeling van de verdachte door de politierechter wegens het bezit van een vervalst reisdocument (de onderhavige verdenking). Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
