ECLI:NL:GHAMS:2013:4801
Gerechtshof Amsterdam · 12-12-2013 · zaaknummer 13/00140
Inhoudsindicatie
Het Hof is, in tegenstelling tot de rechtbank, van oordeel dat artikel 6, tweede lid, onderdeel e, ten 1°, van de wet OB niet in strijd is met de Zesde Richtlijn voor wat betreft de toepassing van deze wettelijke bepaling op gevallen als het onderhavige, waarin een buiten de Europese Unie gevestigde ondernemer een dienst verricht aan een Nederlandse niet-ondernemer. Gezien de woordkeuze van de richtlijnwetgever, acht het Hof aannemelijk dat de term ‘dit artikel’ in artikel 9 lid 3, sub b, van de Zesde Richtlijn verwijst naar artikel 9 in zijn geheel en niet enkel naar het derde lid van deze bepaling. Het Hof vindt voor deze uitleg steun in de Franse vertaling van artikel 9, lid 3, sub b, van de Zesde Richtlijn, in de wijziging van de aanhef van artikel 9, lid 3, van de Zesde richtlijn per 1 juli 2003, in de wetsgeschiedenis van de Zesde Richtlijn en in het arrest Arthesia Drück.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
