ECLI:NL:GHAMS:2013:4223
Gerechtshof Amsterdam · 03-12-2013 · zaaknummer 200.129.815-01 NOT
Inhoudsindicatie
Door de voorzitter van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Arnhem zijn op de voet van artikel 96 lid 6 Wet op het notarisambt (zoals dat luidde tot 1 januari 2013) een aantal bedenkingen ter tuchtrechtelijke behandeling aan de (thans) kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden voorgelegd. De notaris stelt dat hij de erfgenaam van erflaatster van het begin af aan heeft geadviseerd een Nederlandse makelaar en/of advocaat in de arm te nemen voor de verkoop van de woning. Anders dan de kamer vindt het hof deze lezing van de notaris voldoende aannemelijk. Dat de erfgenaam het advies van de notaris heeft genegeerd en zijn eigen koers is gevaren is de notaris niet tuchtrechtelijk aan te rekenen. Ook anders dan de kamer is het hof van oordeel dat de verklaring die de notaris geeft voor de waardestijging(en) van de woning overtuigt. Het hof is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zouden kunnen duiden op witwaspraktijken of van een grotere rol van de notaris bij de laatste transactie dan enkel die van transporterend notaris. De notaris treft daarom geen tuchtrechtelijk verwijt ter zake van het meewerken aan de opeenvolgende transporten van de woning. Het hof volgt de notaris ook in zijn verweer dat geen sprake is van het opzettelijk indienen van een onjuiste successieaangifte. Daarentegen heeft de notaris geen verklaring kunnen of willen geven voor het aanbod van de makelaar om hem een bedrag van € 40.000,00 te betalen. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat het aanbod verband hield met enige ongeoorloofde transactie waaraan de notaris zijn medewerking heeft verleend of moest verlenen en/of waarmee hij zelf (indirect) een voordeel heeft behaald. Nu het hof over onvoldoende aanwijzingen beschikt om aan te nemen dat hiervan sprake was, is de bedenking van de voorzitter in zoverre ongegrond. Door niet adequaat op te treden heeft de notaris zich wel kwetsbaar gemaakt voor het verlangen van wederdiensten en daarmee zijn onafhankelijke en onpartijdige positie ten opzichte van de makelaar in gevaar gebracht. Dat tast in ernstige mate het vertrouwen in het notariaat aan en daarvan valt de notaris tuchtrechtelijk een zwaar verwijt te maken. De bedenking van de voorzitter is dus in zoverre gegrond. Het hof acht het opleggen van een (zware) maatregel op zijn plaats en vindt de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes maanden passend.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
