ECLI:NL:GHAMS:2013:2583
Gerechtshof Amsterdam · 06-08-2013 · zaaknummer 200.129.571/01
Inhoudsindicatie
Verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep van een wrakingsbeslissing van de rechtbank. Het verzoek tot wraking is gedaan in een civiele dagvaardingszaak. Dit brengt mee dat het wrakingsverzoek moet worden aangemerkt als een incidentele vordering in die hoofdzaak en dat de beslissing op dat verzoek - waarin geen einde wordt gemaakt aan het geschil ter zake van enig deel van het gevorderde in de hoofdzaak - een tussenvonnis is in de zin van artikel 337 lid 2 Rv (vlg. Hof Amsterdam 16 mei 2011, LJN:BQ8712, NJF 2011, 301). Dit laatste leidt ertoe dat het hoger beroep van de wrakingsbeslissing slechts tegelijk met dat van het eindvonnis kan worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
