ECLI:NL:GHAMS:2013:2389
Gerechtshof Amsterdam · 06-08-2013 · zaaknummer 200.124.353-01 NOT
Inhoudsindicatie
De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat de klacht van klager op grond van het rechtsbeginsel ne bis in idem kennelijk niet ontvankelijk is. Voorts heeft hij geoordeeld dat het klachtrecht ingevolge het bepaalde in artikel 99 lid 12 (oud) Wna (met ingang van 1 januari 2013 vernummerd tot lid 15) is vervallen en de klacht ook om die reden als kennelijk niet ontvankelijk moet worden afgewezen. De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet ongegrond verklaard. Artikel 99 lid 13 Wna bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, geen rechtsmiddel openstaat. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft klager zich op het standpunt gesteld dat er in de onderhavige zaak omstandigheden zijn op grond waarvan het verbod om in beroep te komen kan worden doorbroken. Het hof is van oordeel dat hetgeen door klager is aangevoerd geen grond oplevert om aan het appelverbod van artikel 99 lid 13 Wna voorbij te gaan, reeds omdat die argumenten zich steeds tegen (de beslissing van) de plaatsvervangend voorzitter richten terwijl thans de beslissing van de kamer aan de orde is. Het hof verklaart klager niet ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de bestreden beslissing.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
