ECLI:NL:GHAMS:2013:1905
Gerechtshof Amsterdam · 14-01-2013 · zaaknummer 200 112 051-01 NOT
Inhoudsindicatie
Vóór 1 januari 2003 kon bij codicil, een onderhands door de erflater geheel met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend stuk een executeur-testamentair worden aangewezen (artikel 982 van het oude Burgerlijk Wetboek). Op grond van het thans geldende recht kan bij codicil geen executeur meer benoemd worden. Dit dient bij uiterste wilsbeschikking te geschieden (artikel 4:142 Burgerlijk Wetboek). Het stuk waarop klager zich beroept dateert van na 1 januari 2003 en is niet handgeschreven. In de verklaring van erfrecht is dan ook terecht opgenomen dat er geen sprake is van een codicil. De enkele omstandigheid dat dit gegeven ook op een andere manier in de akte tot uitdrukking had kunnen worden gebracht, kan niet leiden tot de conclusie dat de notaris klachtwaardig heeft gehandeld. Op grond van artikel 55 lid 2 van de Wet op het notarisambt (de wet geldend tot 1 januari 2013) is de Kamer niet bevoegd te oordelen over declaratiegeschillen. Overigens wordt door klager niet betwist dat aan hem een standaardtarief in rekening is gebracht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
