ECLI:NL:GHAMS:2013:1902
Gerechtshof Amsterdam · 14-01-2013 · zaaknummer 200 106 694-01 NOT
Inhoudsindicatie
Voor de aanvang van de termijn van drie jaar als bedoeld in artikel 99 lid 12 Wna (zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2013) is doorslaggevend wanneer klaagster van het handelen of nalaten van de notaris heeft kennisgenomen. Het gaat in dit verband om daadwerkelijke bekendheid. In dit geval is de termijn van drie jaar gaan lopen op het moment dat klaagster kennis kreeg van de betaling door de notaris van een gedeelte van de voor klaagster ontvangen koopsom aan (onder meer) N. Niet aannemelijk is dat zowel de conceptafrekening als de definitieve afrekening klaagster niet zou hebben bereikt en bovendien de waarnemer van de notaris in strijd met de vaste gewoonte binnen het notariaat bij gelegenheid van het passeren van de overdrachtsakte die - gespecificeerde - nota niet met klaagster zou hebben doorgenomen en na afloop aan haar ter hand zou hebben gesteld. Aangenomen dient te worden dat klaagster eind 2005 reeds kennis heeft gekregen van de betaling door de notaris aan (onder meer) N. Dit brengt mee dat klaagster niet worden ontvangen in haar klacht, nu zij deze eerst op 11 oktober 2011, dus na ommekomst van de hiervoor genoemde termijn van drie jaar, bij de kamer heeft ingediend.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
