ECLI:NL:GHAMS:2013:1900
Gerechtshof Amsterdam · 28-05-2013 · zaaknummer 200 106 650-01 NOT
Inhoudsindicatie
De door klager aangevoerde feiten en omstandigheden rechtvaardigden niet zonder meer het vermoeden dat erflaatster bij het opstellen van haar testament niet wilsbekwaam was of dat toepassing van het Stappenplan geïndiceerd was. Dat erflaatster leed aan afasie en diverse hersenbloedingen had gehad, betekent op zichzelf nog niet dat erflaatster bij de bespreking en het passeren van het testament haar wil niet duidelijk kenbaar heeft kunnen maken. De door erflaatster gewenste wijzigingen ten opzichte van haar uit 2001 daterende testament is niet dermate ingrijpend dat de oud-notaris op grond daarvan extra behoedzaam had moeten zijn. Het verblijf van erflaatster in een verpleegtehuis, de hoge leeftijd van erflaatster en de omstandigheid dat erflaatster haar administratie niet meer zelf deed, behoefden voor de oud-notaris geen redenen te zijn om nader onderzoek naar de wil van erflaatster te doen. De oud-notaris heeft genoegzaam aannemelijk gemaakt dat hij tijdens de bespreking en het passeren van het testament voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van erflaatster en geen aanleiding had om aan de wilsbekwaamheid te twijfelen. Het feit dat de oud-notaris onder deze omstandigheden het Stappenplan niet heeft toegepast, is daarom niet laakbaar.
Advocaten
- A.M.C. Marius-van Eeghen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
