ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ5463
Gerechtshof Amsterdam · 16-10-2012 · zaaknummer 200.106.269/01 GDW
Inhoudsindicatie
Klager heeft onvoldoende aangevoerd waaruit voortvloeit dat voor de gerechtsdeurwaarder aanleiding bestond de incasso-opdracht te weigeren. Nu de gerechtsdeurwaarder een incasso-opdracht had en de incassokosten ingevolge de huurovereenkomst aan klager doorberekend mochten worden, kan niet worden geoordeeld dat die incassokosten ten onrechte aan klager in rekening zijn gebracht. Een gerechtsdeurwaarder mag op de door hem opgevraagde inlichtingen uit de GBA afgaan, tenzij hij over voldoende aanwijzingen beschikt om te veronderstellen dat dit GBA-adres niet het woonadres is. In het onderhavige geval had de gerechtsdeurwaarder kunnen en naar het oordeel van het hof ook moeten onderkennen dat er wel degelijk aanleiding was om te veronderstellen dat het GBA-adres niet klagers woonadres was, gezien het feit dat het adres reeds sinds 6 augustus 2010 in onderzoek stond. Dat de gerechtsdeurwaarder dit niet heeft onderkend en derhalve geen verder onderzoek naar de juistheid van het door hem gehanteerde adres van klager heeft gedaan waar dit wel geboden was, acht het hof tuchtrechtelijk laakbaar.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
