ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ5445
Gerechtshof Amsterdam · 29-05-2012 · zaaknummer 200.092.801/01 NOT
Inhoudsindicatie
De afhandeling van de nalatenschap van de moeder van klager is op een te informele wijze verricht en de notaris bij de behandeling van dat dossier een te geringe rol gespeeld. Klager heeft aanvankelijk slechts besprekingen met de klerk gevoerd buiten het kantoor van de notaris en gedurende een jaar niet geeft geweten dat een aan het kantoor van de notaris verbonden kandidaat-notaris de executeur was. De notaris heeft alles aan de klerk overgelaten zonder enig toezicht uit te oefenen, hoewel hetgeen de notaris wist over de relatie tussen de klerk en de familie van klager voor hem een reden had moeten zijn om extra waakzaam te zijn. Na het openvallen van de nalatenschap heeft klager geen brief ontvangen waarin hem de gang van zaken werd uitgelegd, tussentijdse opgaven van de stand van zaken zijn evenmin gedaan en de door klager aan de notaris gestelde vragen werden niet, althans niet adequaat, beantwoord. Voorts is de afwikkeling van de nalatenschap onnodig lang blijven liggen, ook nadat het woonhuis was verkocht en geleverd, hoewel de notaris klager in het vooruitzicht had gesteld dat daarna tot handelen zou kunnen worden overgegaan. Eenzelfde gebrek aan daadkracht toonde de notaris door na de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg zich niet te houden aan de afspraak om binnen een maand een conceptakte van verdeling op te maken en bovendien niet te reageren op het verzoek van de kamer om een reactie. Pas vijf maanden na de zitting in eerste aanleg kreeg klager te horen dat de conceptakte gereed was. In hoger beroep heeft de notaris wederom niets van zich laten horen. Evenals de kamer acht het hof de klacht derhalve gegrond. Het hof is echter van oordeel dat de door de kamer opgelegde maatregel van berisping niet volstaat. De notaris heeft door zijn handelwijze de belangen van klager veronachtzaamd en de goede naam van het notariaat ernstig in diskrediet gebracht. Dit valt hem tuchtrechtelijk zwaar aan te rekenen, zeker in het licht van het feit dat hem in 2007 voor soortgelijke zaken al eens de maatregel van waarschuwing en de maatregel van berisping is opgelegd. Het hof acht de maatregel van schorsing voor de duur van een week passend en geboden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
