ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7236
Gerechtshof Amsterdam · 07-09-2012 · zaaknummer 23-001930-11
Inhoudsindicatie
Artikel 31 Vluchtelingenverdrag. Verblijf Griekenland. Het hof verwerpt het op artikel 31 Vluchtelingenverdrag gegronde beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Door of namens de verdachte is niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdens zijn meerjarig verblijf in Griekenland heeft moeten vrezen voor vervolging wegens één van de in art. 1 van het Verdrag genoemde vervolgingsgronden, dat Griekenland ten aanzien van verdachte de verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag niet nakomt of dat verdachte gegronde vrees heeft voor een schending van andere elementaire mensenrechten in Griekenland. Voor zover Griekenland het land van doorreis was, heeft de verdachte onvoldoende verifieerbare feiten en omstandigheden aangevoerd die zijn verweer kunnen adstrueren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
