Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9092

Gerechtshof Amsterdam · 15-11-2011 · zaaknummer 200.023.306/01

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vordering tot (onder meer) verklaring voor recht aangaande het voortduren van een periodieke betalingsverplichting, neergelegd in een overeenkomst waarin die betaling in verband is gebracht met het (kunnen) gebruiken van een artiestennaam. Vordering toegewezen; appellante heeft bewezen dat de overeenkomst, destijds gesloten tussen haarzelf en degene die van haar overleden echtgenoot de exploitatie van een pretpark overnam, ertoe strekt dat appellante de periodieke betaling zal ontvangen zolang de tot exploitatie van het pretpark strekkende overeenkomst loopt, terwijl contracterende partijen niet van belang hebben geacht of de bewuste artiestennaam daadwerkelijk gebruikt zou (kunnen) worden. Achterwege blijven van dat gebruik en het overleden van degene die onder die artiestennaam bekend was laten het recht op de periodieke betaling daarom onverlet. Evenmin brengt de strekking van de overeenkomst mee dat zij als schijnovereenkomst moet worden beschouwd, of (overigens) nietig of vernietigbaar is in de zin van art. 3:40 BW.

Advocaten

  • C.J.A. van Engelen
  • E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
  • J. Wortel
  • M.A. Goslings
  • T. Steffens

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.