ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8373
Gerechtshof Amsterdam · 11-10-2011 · zaaknummer 200.054.932
Inhoudsindicatie
Geschil tussen franchisenemer en franchisegever over ontbinding door de franchisenemer van de franchiseovereenkomst. Toepassing van artikel 6:80 lid 1 sub c BW. Franchisenemer heeft onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat voor de vrees dat franchisegever in de nakoming van haar verplichtingen zou tekortschieten voldoende grond bestond. De enkele omstandigheid dat franchisegever het voornemen heeft geuit om een organisatorische fusie aan te gaan is daartoe onvoldoende, ook indien er daarmee naar werd gestreefd dat op termijn zoveel mogelijk franchisenemers zouden overstappen naar de andere formule. Franchisenemer heeft ook in hoger beroep niet concreet gemaakt ten aanzien van welke verplichting(en) uit de overeenkomst zij vreesde dat franchisegever in de nakoming zou tekortschieten.
Advocaten
- A.G.P. van der Baan
- C.M. Kan
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
