ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0014
Gerechtshof Amsterdam · 01-07-2011 · zaaknummer 23-003350-10
Inhoudsindicatie
Hof beoordeelt naar aanleiding van een preliminiar verweer of de economische kamer van de rechtbank bevoegd was om, na wijziging tenlastelegging tengevolge waarvan de economische delicten kwamen te vervallen, kennis te nemen van de louter commune delicten die toen nog overbleven. Na bespreking van de wetsgeschiedenis, waar doelmatige rechtsbedeling centraal staat bij samengaan van economische en commune delicten, komt het hof tot de slotsom dat deze situatie zich hier niet (meer) voordoet. Het argument van gezamenlijke berechting met mededaders aan wie nog wel economische delicten worden verweten ziet op de relatieve bevoegdheid en wordt aldaar geregeld, maar heeft geen betrekking op de absolute bevoegdheid die een openbare ordeaspect kent. Het hof verklaart de economische kamer van de rechtbank onbevoegd tot kennisneming van hetgeen de verdachte bij inleidende dagvaarding, zoals deze luidde na wijziging ervan, wordt verweten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
