ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8039
Gerechtshof Amsterdam · 08-02-2011 · zaaknummer 200.071.162/01 GDW
Inhoudsindicatie
Met betrekking tot het klachtonderdeel dat ziet op het opheffen van het beslag, overweegt het hof als volgt. Bij die beoordeling geldt als uitgangspunt dat indien een gerechtsdeurwaarder beslag legt op zaken waarvan een derde eigendom pretendeert, het aan die derde is om zich tegen dat beslag te verzetten. De enkele mededeling van een derde dat de beslagen zaken van een ander zijn, noopt de gerechtsdeurwaarder niet tot het buiten het beslag houden van die zaken. Klaagster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het destijds voor de gerechtsdeurwaarder kenbaar moet zijn geweest dat de roerende zaken aan haar toebehoren. Alles overziend is het hof van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder aan de hand van de door klaagster aan hem overgelegde stukken en de overige genoemde feiten en omstandigheden op zo kort mogelijke termijn een onderzoek had dienen in te stellen naar de eigendom van de beslagen goederen en – afhankelijk van de uitkomst van dat onderzoek – zo spoedig mogelijk tot opheffing van het beslag had dienen over te gaan. Het hof vernietigt de bestreden beslissing en legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
