ECLI:NL:GHAMS:2010:BP3533
Gerechtshof Amsterdam · 21-12-2010 · zaaknummer 200.033.091
Inhoudsindicatie
Kennelijk onredelijk ontslag. Geen voorgewende of valse reden in de zin van artikel 7:681 lid 2 sub a BW. Gevolgencriterium. De omstandigheden van het geval kunnen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, niet de conclusie rechtvaardigen dat de gevolgen van de opzegging van de arbeidsovereenkomst voor Flantua c.s. te ernstig zijn vergelijking met het belang van Pre Press bij opzegging, te meer nu Flantua c.s. een passende vergoeding hebben ontvangen in het kader van de RFR-regeling en zijn van Pre Press een aanbod tot het volgen van outplacementtraject hebben gekregen. DE RFR-regeling heeft te gelden als een op voorhand met de vakbonden overeengekomen sociaal plan en een vergoeding op basis van de RFR-regeling kan als een passende voorziening worden aangemerkt, te mee, nu blijkens artikel 5 van de RFT-regeling bij de vaststelling van de hoogte van de eenmalige uitkering rekening wordt gehouden met de leeftijd, het laastverdiende brutoloon en het aantal diensjaren van de werknemer.
Advocaten
- A.W. Kouwets
- M.R. van Hall
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
