Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8946

Gerechtshof Amsterdam · 21-10-2010 · zaaknummer 08/01313

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In genoemde OLAF-rapporten wordt gesteld dat de litigieuze pijpfittingen in afgewerkte staat vanuit Brazilië zijn ingevoerd in Argentinië en vervolgens ongewijzigd zijn wederuitgevoerd naar de Europese Unie, zodat de fittingen de Braziliaanse oorsprong hebben behouden en anti-dumpingrecht verschuldigd is op de voet van Verordening (EG) nr. 1784/2000. Deze gang van zaken blijkt volgens de rapporten uit: 1. identieke ordernummers bij import in Argentinië en import in de Europese Unie; 2. ontbreken van gewichtsverschillen tussen importen en exporten, terwijl de bewerkingen – met name het aanbrengen van schroefdraad – zouden moeten leiden tot een verlaging van het gewicht van de pijpfittingen met circa 10%; 3. een tijdspanne tussen import en export die te kort is om de gestelde bewerkingen daadwerkelijk uit te voeren; 4. de vermelding van IRAM 2548-certificering op de Argentijnse invoerbescheiden, welke certificering betrekking heeft op afgewerkte pijpfittingen. De door de minister aangevoerde omstandigheid dat bij een tweetal fysieke controles door Argentijnse autoriteiten afgewerkte pijpfittingen zijn aangetroffen, terwijl het volgens de bijbehorende bescheiden niet-afgewerkte pijpfittingen zou betreffen, is volgens belanghebbende het gevolg van incidentele menselijke fouten. Deze fouten vonden volgens belanghebbende hun oorzaak in de omstandigheid dat voor de Argentijnse markt afgewerkte pijpfittingen werden ingevoerd, terwijl voor export naar de Europese Unie niet-afgewerkte pijpfittingen werden ingevoerd. Het Hof stelt in dit verband vast dat de Argentijnse onderzoeksrechter blijkens het citaat heeft geconstateerd dat inderdaad sprake was van het naast elkaar bestaan van deze twee goederenstromen. Tot slot heeft belanghebbende gemotiveerd gesteld dat R en C – anders dan OLAF in 2004 heeft geconstateerd – in de jaren 2000 tot en met 2002 wel over voldoende productiecapaciteit beschikten om alle overeengekomen werkzaamheden voor T uit te voeren. Belanghebbende heeft in dit verband gewezen op de omstandigheid dat de Argentijnse douane (AFIP) na een bedrijfsbezoek aan C op 11 maart 2002, heeft gerapporteerd dat 29 bewerkingsmachines zijn waargenomen, doch dat de douaneambtenaar die de leiding had over het controlebezoek twee jaar later, blijkens het eerste missierapport tegenover OLAF heeft verklaard dat hij hooguit tien machines heeft waargenomen. Deze latere verklaring is, aldus belanghebbende, gelet op de destijds uitgebrachte rapportage niet geloofwaardig.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.