ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8219
Gerechtshof Amsterdam · 09-12-2010 · zaaknummer 23-000297-10
Inhoudsindicatie
Een aangehouden jeugdige verdachte kan naar het oordeel van het hof slechts dan afstand doen van het recht op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor en van het recht op bijstand van een advocaat of een andere vertrouwenspersoon tijdens het politieverhoor, indien zij in staat moet worden geacht de betekenis van die rechten te begrijpen en te overzien wat de consequenties zijn indien zij van die rechten afstand doet. In casu heeft de verdachte voorafgaand aan het verhoor geen bijstand gehad van een advocaat. Op een voorbedrukt proces-verbaal van bevindingen is aangekruist dat de verdachte afstand heeft gedaan van het recht op consultatie. Het hof leidt daaruit niet af dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van haar consultatierecht. Het voorbedrukte proces-verbaal van bevindingen is daartoe onvoldoende, nu daaruit niet blijkt dat de verdachte daadwerkelijk heeft begrepen van welk recht zij afstand deed en wat de gevolgen daarvan konden zijn. Uit het dossier valt niet op te maken dat haar daarnaar is gevraagd of dat haar dat is uitgelegd. Mede gelet op de zeer jonge leeftijd van de verdachte ten tijde van het verhoor (destijds 14 jaar), moet ervan worden uitgegaan dat de verdachte niet zonder meer in staat was het belang van dit recht en de gevolgen van het afstand doen in voldoende mate te onderkennen. Naar het oordeel van het hof is dat een vereiste om ondubbelzinnig afstand te kunnen doen van dit recht. Verdachtes verklaring wordt uitgesloten van het bewijs. In een ander onderdeel van de telastelegging is op een soortgelijk voorbedrukt proces-verbaal van bevindingen aangekruist dat verdachte geen afstand doet van haar consultatierecht, maar wordt zij de volgende dag toch verhoord nadat verdachte heeft verklaard, de komst van haar advocaat niet te willen afwachten. Naar het oordeel van het hof is daarmee onduidelijk of verdachte alleen maar afstand heeft gedaan omdat zij naar huis wilde, dan wel of zij het belang van deze rechten en de gevolgen van het afstand doen daarvan in voldoende mate heeft onderkend en vervolgens afstand heeft gedaan. Derhalve kan niet worden gezegd dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan. Verdachtes verklaring wordt uitgesloten van het bewijs.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
