ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8217
Gerechtshof Amsterdam · 09-12-2010 · zaaknummer 23-002204-10
Inhoudsindicatie
Een aangehouden jeugdige verdachte kan naar het oordeel van het hof slechts dan afstand doen van het recht op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor en van het recht op bijstand van een advocaat of een andere vertrouwenspersoon tijdens het politieverhoor, indien zij in staat moet worden geacht de betekenis van die rechten te begrijpen en te overzien wat de consequenties zijn indien zij van die rechten afstand doet. In casu blijkt niet uit het proces-verbaal van verhoor dat de verdachte daadwerkelijk heeft begrepen van welke rechten zij afstand deed en wat de gevolgen daarvan konden zijn, noch blijkt dat de verhorende verbalisant zich daarvan heeft vergewist, bijvoorbeeld door dat met haar te bespreken en uit te leggen. Mede gelet op de zeer jonge leeftijd van de verdachte ten tijde van het verhoor (destijds 14 jaar) en het feit dat zij, zoals blijkt uit haar eigen politieverklaring, was weggelopen uit de inrichting te (..) en verdovende middelen gebruikte, moet er daarom van worden uitgegaan dat de verdachte niet in staat was het belang van dit recht en de gevolgen van het afstand doen in voldoende mate te onderkennen. Het hof leidt daaruit af dat de verdachte niet ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van haar consultatierecht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
