ECLI:NL:GHAMS:2010:BL4236
Gerechtshof Amsterdam · 16-02-2010 · zaaknummer 200.041.018-01 SKG
Inhoudsindicatie
Hoger beroep tegen toewijzing vordering van OPTA dat Pretium wordt bevolen zich, rechtstreeks en door tussenkomst van door haar ingeschakelde callcentermedewerkers, te onthouden van enige uitlating/suggestie dat OPTA bemoeienis heeft (gehad) bij het aanbieden van diensten door Pretium of bij het vaststellen van de tarieven van Pretium. OPTA heeft niet betwist dat Pretium sinds 28 maart 2009 geen gebruik meer maakt van een “callscript” waarin naar OPTA wordt verwezen. Voorshands kan er niet van worden uitgegaan dat na die datum door callcentermedewerkers nog is verwezen naar OPTA, laat staan dat ervan kan worden uitgegaan dat dit op onjuiste wijze is geschied. Vordering OPTA alsnog afgewezen. Hof voegt toe dat niet gezegd kan worden dat de in het geding zijnde uitlatingen van Pretium zodanige onjuiste verwijzingen bevatten met betrekking tot de rol van OPTA dat toewijzing van de voorziening op basis van louter die uitlatingen, zonder kennisneming van de context waarin die zijn gedaan, gerechtvaardigd zou zijn. Door OPTA uitgebrachte persberichten (naar aanleiding van vonnis eerste aanleg) zijn niet onrechtmatig jegens Pretium, zodat reconventionele vordering wordt afgewezen. De vordering van Pretium dat de beslissing niet, althans ten aanzien van Pretium geanonimiseerd gepubliceerd wordt dient reeds te worden afgewezen omdat het vonnis in eerste aanleg inmiddels (ongeanonimiseerd) gepubliceerd is.
Advocaten
- E.C. Pietermaat
- E.J. Daalder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
