ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9168
Gerechtshof Amsterdam · 25-03-2008 · zaaknummer 23-000109-08
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag een vreemdeling niet van strafvervolging vrijwaart indien bij binnenkomst in Nederland op hem de verdenking rust van een commuun strafbaar feit, gepleegd op Nederlands grondgebied, al dan niet in verband met die binnenkomst gepleegd. Voornoemd verdragsartikel mist toepassing nu verdachte geen onrechtmatige binnenkomst of onrechtmatig verblijf in de zin van bedoeld artikel wordt verweten, doch het bezit van een vervalst paspoort, terwijl verdachte ook overigens zich niet overeenkomstig de eis van hetzelfde artikel onverwijld bij de Nederlandse autoriteiten heeft gemeld, en met gebruikmaking van het vervalste paspoort Nederland binnen wilde komen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
