ECLI:NL:GHAMS:2008:BC8301
Gerechtshof Amsterdam · 06-03-2008 · zaaknummer 106.010.700/01
Inhoudsindicatie
Met betrekking tot het op schrift stellen van de overeenkomst van 27 december 2005 is het hof van oordeel dat het op de weg van een notaris ligt om bij het opstellen van een onderhandse akte zoveel mogelijk zekerheid te scheppen, zulks niet uitsluitend ten aanzien van de partijen die betrokken zijn bij die overeenkomst, maar ook ten aanzien van de mogelijk betrokken derde(n). Op dat punt is de notaris in gebreke gebleven. Verder is de notaris er aan voorbijgegaan dat aan een onderhandse akte als de onderhavige dezelfde vereisten mogen worden gesteld als aan een notariële akte. Zo is niet gebleken dat de notaris de identiteit van de betrokkenen heeft geverifieerd. Door een onderhandse akte te stellen op papier dat naast het vignet van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie de naam en het adres van de notaris vermeldt, wordt jegens derden een schijn van betrouwbaarheid gewekt, welke betrouwbaarheid, gezien de handelwijze van de notaris, geenszins blijkt te zijn gewaarborgd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
