ECLI:NL:GHAMS:2007:BB9058
Gerechtshof Amsterdam · 02-10-2007 · zaaknummer 2007/739
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft gesteld dat hij door de gebondenheid aan het concurrentiebeding voor de gemeente De Ronde Venen, zodanig wordt beperkt in zijn mogelijkheden om binnen de makelaardij werkzaam te zijn dat hij in redelijkheid niet aan het concurrentiebeding kan worden gehouden en dat, indien hij daaraan wel wordt gehouden, dit hem zodanig beperkt in zijn mogelijkheden om elders dan in dienst van [geïntimeerde] werkzaam te zijn dat aan hem een vergoeding dient te worden toegekend als bedoeld in artikel 7: 653 lid 4 BW. [appellant] heeft daartoe aangevoerd dat het hem, ondanks diverse open sollicitaties, niet is gelukt buiten de gemeente De Ronde Venen binnen de makelaardij aan het werk te komen. De omstandigheid dat hij wel specifieke kennis heeft van de situatie van de markt in De Ronde Venen, waarbij het onder meer gaat om kennis van prijsstelling van particuliere woningen, status en ligging van diverse wijken, de bodemgesteldheid, gemeentelijke regelingen etc., maar elders die kennis ontbeert, maakt het voor hem moeilijk elders aan het werk te komen. Noch daargelaten dat deze stellingen niet dan wel onvoldoende zijn onderbouwd en de juistheid daarvan door [geïntimeerde] wordt bestreden, is het hof vooralsnog van oordeel dat er geen sprake is van een situatie waarbij [appellant] in zijn belangen, afgezet tegen die van [geïntimeerde], onbillijk wordt benadeeld. Het hof is daarom van oordeel dat de door [appellant] aangevoerde omstandigheden niet tot een verdergaande beperking van het concurrentiebeding dienen te leiden. Enerzijds niet, omdat niet aannemelijk is dat [appellant] zich de door hem genoemde specifieke kennis ook buiten de gemeente De Ronde Venen niet binnen een tijdsbestek van één of twee jaar eigen zou moeten kunnen maken en anderzijds niet, omdat het gegeven dat hij ten aanzien van de gemeente De Ronde Venen juist over die specifieke kennis beschikt reden is waarom [geïntimeerde] belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. Ook het argument van [appellant], dat hij, als hij zich zelfstandig zou vestigen geen bedreiging zou vormen voor [geïntimeerde] is voorshands niet aannemelijk. Het kantoor van [geïntimeerde], waar twee makelaars en drie assistentes werkzaam zijn, heeft niet een dusdanige omvang dat een door [appellant] te starten kantoor daarvoor geen of slechts verwaarloosbare concurrentie zou vormen. Aangezien [geïntimeerde] de stelling van [appellant] heeft bestreden dat zij zich enkel op de woningmarkt begeeft en niet binnen de projectbouw en zakelijke markt actief is, kan ook daarin geen aanleiding worden gevonden het concurrentiebeding (verdergaand) te beperken. Nu, zoals hiervoor overwogen, niet is gebleken dat [appellant] in belangrijke mate wordt belemmerd om elders dan bij [geïntimeerde] werkzaam te zijn, is geen plaats voor toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 7: 653 lid 4 BW.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
