ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9165
Gerechtshof Amsterdam · 19-06-2007 · zaaknummer 2006/1109
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat, mede gelet op de aard van de werkzaamheden waar de nota Spaan betrekking op heeft, hier sprake is van kosten van de huishouding en niet van investeringen waardoor de waarde van de woning is gestegen. De vrouw heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat er sprake is van investeringen in de woning of van (ongerechtvaardigde) verrijking van de man door deze betalingen. Ook de betaling van de gordijnen, de lamellen, de diamantzaag en, naar op grond van het beperkte bedrag valt aan te nemen, de “diversen”, zijn als kosten van de huishouding te beschouwen. Dat de gordijnen en lamellen op initiatief van de vrouw zijn vernieuwd doet daarbij niet ter zake, nu de man kennelijk heeft ingestemd met deze aanschaf. Vast staat dat partijen niet (schriftelijk) zijn overeengekomen op welke wijze de kosten van de huishouding door ieder van hen zou worden gedragen. In beginsel zijn zij daarom gehouden ieder de helft van deze kosten te dragen. In dit geval acht het hof het echter in overeenstemming met de redelijkheid en de billijkheid dat deze kosten door partijen naar evenredigheid van inkomen worden gedragen. Weliswaar is niet duidelijk over welke inkomsten de man in de periode 1998 tot 2001 beschikte, maar wel staat vast dat hij voor en gedurende een deel van deze periode ook werkgever van de vrouw was, terwijl voldoende gebleken is dat zijn inkomsten en vermogen die van haar aanzienlijk overtroffen. De man heeft voorts gesteld en voldoende gestaafd dat hij gedurende de samenwoning van partijen, nog afgezien van het salaris dat hij aan de vrouw uitbetaalde, haar ook huishoudgeld en een auto ter beschikking stelde, de woonkosten voldeed en de gezamenlijke vakanties betaalde. De vrouw heeft dit niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist, terwijl zij onvoldoende gesteld heeft om aan te nemen dat zij van het haar ter beschikking gestelde huishoudgeld de gewone kosten van de huishouding niet kon voldoen. Gelet hierop moet worden aangenomen dat de man het grootste deel van de kosten van de huishouding heeft betaald, naar evenredigheid van de inkomsten van partijen. Op grond hiervan bestaat er geen aanleiding voor verrekening achteraf van door de vrouw gedragen kosten van de huishouding, voor zover al zou komen vast te staan dat zij de door haar gestelde bedragen daadwerkelijk heeft voldaan. De rechtbank heeft dit deel van de vordering dus terecht afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- C.G. ter Veer
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
