ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8886
Gerechtshof Amsterdam · 19-06-2007 · zaaknummer 2007/375
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat de formulering van het concurentiebeding minst genomen de vraag oproept of [geïntimeerde] thans in dienst van AVR “(..…) werkzaamheden verricht ( …..) waarbij gebruik wordt gemaakt van de kennis die de Werknemer heeft opgedaan omtrent de producten en/of klantenkring van de Werkgever (….)”. In dat verband heeft FMA betoogd dat [geïntimeerde] gebruik maakt van kennis (zowel in algemene als in specifieke zin) die zij in dienst van FMA heeft opgedaan omtrent de producten (verleende diensten) én de klantenkring, specifiek de klant AVR. Het hof overweegt dienaangaande dat het weliswaar aannemelijk is dat de overstap van [geïntimeerde] van FMA naar AVR samenhangt met de kennis die [geïntimeerde] had omtrent de dienstverlening van FMA aan AVR. Het hof ziet echter niet in dat [geïntimeerde] in dienst van AVR, als systeembeheerder, werkzaamheden verricht waarbij zij gebruik maakt van kennis omtrent de producten en de klantenkring van FMA. Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat dit onderdeel van het beding veeleer ziet op een situatie waarin [geïntimeerde] in dienst zou treden van een bedrijf dat zich, gelijk FMA, bezighoudt met detachering van IT-personeel.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
