Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8001

Gerechtshof Amsterdam · 05-06-2007 · zaaknummer 05/446 DK

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De goederen bestaan uit een metalen huis, voorzien van reflecterend aluminium aan de binnenkant, en een halogeenlamp van 150 Watt, aan de voorzijde afgeschermd met glas. Onderaan de behuizing is een infrarood sensor aangebracht. Door combinatie van de halogeenlamp en het reflecterend aluminium wordt een geconcentreerde lichtbundel verkregen, welke op een bepaald punt kan worden gericht. De andere goederen hebben eveneens een infrarood sensor maar verschillen voor wat betreft uiterlijke vorm en samenstelling (van kunststof of metaal); het ter zitting getoonde exemplaar ES49 is een transparante bolvormige lamp van kunststof die rondom licht uitstraalt. De goederen dienen om een object te verlichten, dus een verlichtingsmiddel zijn. De in post 8531 van het GDT omschreven hoorbare of zichtbare signalen ontbreken; die post is derhalve niet van toepassing. De goederen voldoen aan de omschrijving van post 9405. Naar de inspecteur gemotiveerd en niet, althans onvoldoende, weersproken heeft aangevoerd, heeft met betrekking tot de onderwerpelijke aangiften voor het vrije verkeer bij de verificatie geen inhoudelijke en diepgaande controle van de aangiften plaatsgevonden. In achtentwintig gevallen is de aangifte direct afgehandeld; daarbij heeft de douane geen controle van de aangifte uitgevoerd. In de overige gevallen heeft geen daadwerkelijke opneming van de goederen plaatsgevonden. Van een actieve gedraging, die zou zijn aan te merken als een vergissing in de zin van artikel 220, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het CDW, die een navordering in de weg staat, is dan ook in casu geen sprake. Het beroep van belanghebbende op de afhandeling van in het verleden gedane aangiften, waarbij post 8531 werd aanvaard, kan geen wijziging brengen in het oordeel dat met betrekking tot de litigieuze aangiften geen vergissing door de douaneautoriteiten is begaan. Iedere aangifte vormt immers een zelfstandig belastbaar feit, dat op zijn eigen waarde moet worden beoordeeld. Er is geen aanleiding in casu van dit beginsel af te wijken. De Douanekamer overweegt daartoe dat belanghebbende heeft verklaard dat goederen als de onderhavige in de periode 1993 tot 2002 steeds als “alarmlampen” zijn aangegeven. Op grond daarvan acht de Douanekamer aannemelijk dat een vergelijking van de aangegeven tariefpost met de uitdrukkelijke aanduiding van de goederen de onjuiste tariefindeling niet aan het licht zou hebben gebracht (vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van 1 april 1993, Hewlett-Packard, C-250/91, Jurispr. blz. I-1819). Daaraan doet niet af dat twee- tot driemaal per jaar goederen als de onderhavige grondig zijn opgenomen. Ook het beroep op de teruggaafbeschikking van 28 april 1993 van de inspecteur van het Douanedistrict R faalt, reeds omdat de inspecteur niet, althans onvoldoende, weersproken heeft gesteld dat uit die beschikking niet valt af te leiden wat de relevante kenmerken waren van de destijds ingevoerde goederen, of zij van hetzelfde type waren en op grond van welke overwegingen de inspecteur te R indertijd tot een indeling onder post 8531 10 90 van het GDT heeft kunnen besluiten. Ook is niet duidelijk of het standpunt van de inspecteur te R betrekking heeft op de indeling van alarmlampen in het algemeen in het GDT of op één bepaalde aangifte en één specifieke lamp.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.