ECLI:NL:GHAMS:2007:BA7989
Gerechtshof Amsterdam · 19-06-2007 · zaaknummer 04/885 DK
Inhoudsindicatie
Geen schending artikel 32 Protol Geen schending zorgplicht van de Europese Commissie Geen beroep op overmacht Uit het tweede dictum van het Beemsterboer-arrest volgt dat een certificaat waarvan de juistheid van de daarop vermelde oorsprong bij een controle achteraf niet meer kan worden bevestigd, als een onjuist certificaat in de zin van artikel 220, tweede lid, sub b, van het CDW moet worden aangemerkt. Derhalve kunnen de certificaten in casu niet dienen om de Estse oorsprong van de boter vast te stellen. Het derde dictum bevat regels van bewijsrecht: De gevolgtrekking moet zijn dat er in casu voor de douaneautoriteiten voldoende rechtvaardigingsgrond was om tot navordering over te gaan, en dat het daarop aan de belastingschuldige, belanghebbende, is om te bewijzen dat de exporteur aan de Estse autoriteiten een juiste weergave van de feiten heeft gegeven. Letterlijk opgevat houdt deze bewijsopdracht door het Hof van Justitie in dat belanghebbende in ieder geval moet bewijzen welke feiten de exporteur aan de Estse autoriteiten heeft weergegeven, en hoe die feiten moeten worden gewaardeerd: zijn zij toereikend om aan de betrokken goederen de Estse oorsprong toe te kennen, of zijn zij dat niet? Nu de exporteur niet meer over gegevens beschikt, vat de Douanekamer dit derde dictum, wat de zijde van belanghebbende betreft, aldus op dat deze overtuigend moet bewijzen dat de onderhavige goederen van oorsprong uit Estland zijn, en dat de gegevens die zij daartoe overlegt van overeenkomstige, betrouwbare waarde moeten zijn als die welke van een exporteur, die certificaten aanvraagt, mogen worden verwacht. Het feit dat het ontbreken van gegevens bij de meest gerede partij, de exporteur, deze bewijspositie voor belanghebbende moeilijk en ingewikkeld maakt, mag er niet toe leiden dat in casu het verlenen van de oorsprong, waardoor recht op preferentie ontstaat, geschiedt op basis van niet verifieerbare documenten, opgesteld met een ander doel dan de oorsprongbepaling. In het arrest van 23 februari 1995, Bonapharma Arzneimittel GmbH, C-334/93, Jurispr. blz. I-319, oordeelt het Hof van Justitie in het dictum dat van de overlegging van bepaalde oorsprongdocumenten kan worden afgezien, wanneer de oorsprong van de goederen met zekerheid is komen vast te staan aan de hand van objectieve bewijzen die niet door de belanghebbenden kunnen zijn gemanipuleerd of vervalst. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie draagt belanghebbende het risico voor de ontstane situatie, en dient zij de nodige voorzorgen te nemen (zie punt 41 van het Beemsterboer-arrest). In concreto zal moeten worden onderzocht, of ten aanzien van de 11 betrokken partijen goederen het bewijs kan worden geleverd dat zij “geheel en al” in Estland zijn verkregen. Daarbij stelt de Douanekamer voorop – nu de certificaten als bewijs zijn weggevallen en nu het om de fabricage van massagoederen gaat die in zeer veel landen worden vervaardigd – dat belanghebbende zelf de plaats en het tijdstip van het ontstaan van de goederen met documenten, die een directe verbinding met de feitelijke productie laten zien, moet kunnen aangeven. Verklaringen met betrekking tot de kwaliteit van de boter zijn daartoe niet voldoende, omdat het niet op de weg van een laborant- onderzoeker of een veterinaire deskundige ligt om de oorsprong van aangeboden boter te onderzoeken in het licht van de communautaire criteria op dat punt, en evenmin om na te gaan met welke overige documenten, bijvoorbeeld zulke waarin bedrijfsgegevens van de producent zijn vervat, de op het onderzoeksrapport vermelde goederen in verbinding kunnen en moeten worden gebracht. Bewijs niet geleverd ten aanzien van de partij van EUR.1-certificaat nummer AB 276461. Bewijs niet geleverd ten aaznien van de partij van EUR.1-certificaat nummer AB 321782. Bewijs niet geleverd ten aanzien van de partij van EUR.1-certificaat nummer AB 321780. Bewijs niet geleverd ten aanzien van de partij van EUR.1-certificaat nummer AB 321779. Bewijs niet geleverd ten aanzien van de partij van EUR.1-certificaat nummer AB 276486. Bewijs niet geleverd ten aanzien van de partij van EUR.1-certificaat nummer AB 276460. Samenvattend oordeelt de Douanekamer over de behandelde documenten als volgt. De op al deze documenten vermelde “productiegegevens” zijn op geen enkele wijze verifieerbaar, bijvoorbeeld aan de hand van een document van de producent dat de goederen begeleidde toen ze voor onderzoek werden aangeboden. Bovendien kunnen de op deze documenten vookomende stempels en handtekeningen niet worden gecontroleerd, zoals dat bij certificaten aan de hand van standaard- lijsten plaatsvindt. Het Hof van Justitie heeft in het Beemsterboer-arrest ernstige gevolgen verbonden aan het feit dat bij de exporteur (producent) geen bevestiging van de oorsprong meer kan worden verkregen. Deze rechtspraak zou geen recht worden gedaan, indien in casu aan abstracte, niet aan andere gegevens gerelateerde en niet door het ter zake bevoegde gezag gecontroleerde oorsprongindicaties de betekenis zou worden toegekend van een concrete oorsprongvaststelling, waarbij aan het dwingend voorgeschreven, communautaire criterium “geheel en al verkregen” zou zijn voldaan, en waarbij ook geen twijfel meer zou bestaan over het feit dat de goederen van die keuringsdocumenten dezelfde zijn als die van de aangiften ten invoer. Ook ten aanzien van de overige certificaten bewijs niet geleverd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
