Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ9302

Gerechtshof Amsterdam · 13-02-2007 · zaaknummer 04/1822 DK

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ten aanzien van de verleende teruggaaf dan wel kwijtschelding De inspecteur heeft niet langer bestreden dat de uitnodigingen tot betalingen met de nummers 0056.66.302/00.7.0153, 0056.66.302/00.7.0154 en 0061.78.935/00.7.0085, groot respectievelijk € 1.347,98, € 2.552,09 en € 17.339,--, alsmede uitnodiging tot betaling met nummer 0056.66.302/00.7.0152 voor een bedrag van € 2.556,22, ten onrechte zijn gehandhaafd, nu artikel 220, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het CDW aan navordering in de weg heeft gestaan. De inspecteur heeft ook - nà zijn uitspraken op bezwaar - op die gronden teruggaaf dan wel kwijtschelding verleend; de Douanekamer zal dienovereenkomstig de drie eerstgenoemde uitnodigingen tot betaling vernietigen, en ten aanzien van de laatstgenoemde uitnodiging tot betaling nog slechts oordelen over het na de vermindering overgebleven bedrag. Ten aanzien van de gehandhaafde bedragen Aangaande het restant van de uitnodiging tot betaling met nummer 0056.66.302/00.7.0152, aldus verminderd tot een bedrag van € 50.870,--, en aangaande het bedrag (€ 1.154,91) van de uitnodiging tot betaling met nummer 0056.66.302/00.7.0155, welke beide uitnodigingen binnen de termijn van drie jaar van artikel 221, derde lid, van het CDW zijn uitgereikt, overweegt de Douanekamer als volgt. Op grond van artikel 81 van de Uitvoeringsverordening communautair douanewetboek (hierna: UCDW), in de ten tijde van de invoer geldende tekst, komen producten van oorsprong uit een begunstigd land in het kader van het Algemeen preferentieel systeem bij invoer in de Gemeenschap voor een tariefpreferentie in aanmerking, mits zij in de zin van artikel 78 van de UCDW rechtstreeks naar de Gemeenschap zijn vervoerd, onder overlegging van een certificaat van oorsprong, formulier A, dat door de douaneautoriteiten of door andere bevoegde overheidsinstanties van het begunstigde land is afgegeven, en onder de voorwaarde dat dit land de Commissie onder meer de bij artikel 93, eerste lid, van de UCDW vereiste informatie heeft verstrekt. Voor de Douanekamer staat vast, zoals tussen partijen ook niet in geschil is, dat ten tijde van de aanvaarding van de onderhavige aangiften voor het vrije verkeer Senegal, als begunstigd land, de informatie als bedoeld in artikel 93, eerste lid, van de UCDW, in de ten tijde van de invoer geldende tekst, niet aan de Commissie had verstrekt. Belanghebbende beroept zich op het feit dat Senegal als begunstigde van het systeem van algemene tariefpreferenties is toegelaten, op grond waarvan de tariefpreferentie alsnog zou kunnen worden toegekend. Dit kan echter niet wegnemen dat ingevolge artikel 97 van de UCDW de begunstiging pas kan worden geëffectueerd na de publicatie als bedoeld in artikel 93, tweede lid, van de UCDW. Gelet op het verplichtende karakter van vorenstaande regeling, kwamen de onderhavige goederen op het moment dat zij in de Gemeenschap voor het vrije verkeer werden aangegeven niet in aanmerking voor de in artikel 67, eerste lid, van de UCDW bedoelde tariefpreferentie. Naar de inspecteur gemotiveerd heeft aangevoerd, heeft met betrekking tot de onderwerpelijke, met behulp van Sagitta gedane electronische aangiften (1.1.) voor het vrije verkeer bij de verificatie geen inhoudelijke en diepgaande controle van de certificaten plaatsgevonden. Er is alleen gekeken of het certificaat aanwezig was en of dat in verband kon worden gebracht met de aangifte. Indien bij een dergelijke globale controle de aangiften worden gevolgd, kan niet worden gesproken van een actieve gedraging van de douane die zou zijn aan te merken als een vergissing in de zin van artikel 220, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het CDW, die aan controle achteraf en navordering, zoals in casu heeft plaatsgevonden, in de weg zou staan. Belanghebbende kan ook geen vertrouwen ontlenen aan de internetsite van de Europese Commissie, reeds omdat deze instelling niet kan worden aangemerkt als een douaneautoriteit in de zin van 220, tweede lid, letter b, van het CDW. Navordering van douanerechten wordt uitsluitend beheerst door de communautaire voorschriften dienaangaande, zodat het afzien van navordering alleen in het licht van het tweede lid, aanhef en onderdeel b, van artikel 220 voornoemd kan worden beoordeeld. Een beroep op andere beginselen, die buiten het bereik van deze bepaling zouden liggen, kan derhalve niet slagen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.